De Weerribben

De weerribben

Veen of turf (gedroogd veen) ontstond na de IJstijd. De temperatuur op aarde steeg en de ijsmassa’s smolten, waardoor grote moerasgebieden ontstonden. In die moerasgebieden tierden de water- en oeverplanten welig, door de gunstige klimatologische omstandigheden vormde zich in die moerassen een dikke veen laag.

De weerribben dankt haar naam aan de gebruikte termen bij turfwinning. Ribben zijn smalle stroken land waarop de uitgebaggerde turf te drogen werd gelegd. Het veen werd in lange banen uitgebaggerd. Steeds spaarde men een drie meter smal dijkje uit om de veenbagger op te laten uitdrogen. Deze stroken werden ribben of legakkers genoemd. Weren of petgaten zijn verveende delen die weer volliepen met water van maximaal 30 meter. Het gebied bestaat dus uit Weren en Ribben.

Reeds in de Middeleeuwen ontdekte men dat als men het veen te droge had gelegd het een prima brandstof was in de oven of haard. Eind 19e en begin 20e eeuw met name gebeurde dat zeer intensief in het gebied van de Weerribben. Met name daardoor begon het bruikbare veen op te raken en raakten andere brandstoffen (kolen) meer in zwang.

De turfwinning was rond 1920 niet meer echt rendabel. De lokale bevolking schakelde geleidelijk op rietteelt en landbouw over.

De Weerribben zijn in de afgelopen eeuwen ontstaan door het afgraven van veen voor de turfwinning. Sporen daarvan zijn nog steeds duidelijk in het landschap terug te zien.

In 1992 werd De Weerribben aangewezen als Nationaal Park. Het gebied van ongeveer 35 vierkante kilometer is grotendeels in eigendom van – en in beheer bij – Staatsbosbeheer.

Water overheerst in De Weerribben. Alle planten en dieren die er voorkomen zijn ervan afhankelijk. Die natuurlijke rijkdom is heel bijzonder. U kunt kennis maken met het 35 m2 grote gebied en genieten van de prachtige diversiteit die de natuur in dit gebied kent.

Op 27 november 2004 is het natuurgebied de Weerribben uitgeroepen tot mooiste plek van Nederland 2004 en terecht.