De Tjonger

De Tjonger

De naam Tjonger heeft te maken met het Oudfriese ‘tiona’ en het oud-Saksisch tiunan, teona. Woorden die verwijzen naar ‘schade doen’, schade berokkenen. De Tjonger werd als een ‘kwaadaardige’ rivier beschouwd, het was een ‘razend water’.

Het riviertje dat van zuidoost naar zuid-Friesland loopt, mondde vroeger uit in de Zuiderzee bij het plaatsje Kuinre, Overijssel. Door de aanleg van de Afsluitdijk en de Noordoostpolder is de monding echter geblokkeerd. Het water uit de Tjonger komt sindsdien tot afvoer via de Friese boezem, o.a. door de spuisluizen in Harlingen en het gemaal bij Stavoren.

Geschiedenis
Kijkt men met Google Earth of liever met oude kaarten naar Zuidoost-Friesland dan ziet men een aantal evenwijdig aan elkaar lopende rivierdalen of valleien, waarvan de vallei van de Tjonger wellicht het duidelijkste zichtbaar is. De oorsprong van die dalen dateert waarschijnlijk al van vóór de één na laatste ijstijd, het Saalien. Gedurende die ijstijd drongen grote gletsjers vanuit het noordoosten naar het zuidwesten op. Door het smelten van de grote hoeveelheden ijs, werden de valleien diep uitgesleten. Mede daardoor was de loop van de rivier zeer lange tijd zeer moerassig waardoor de latere veengebieden konden ontstaan.

Drie bovenlopen heeft de Tjonger: de Boven Tjonger en het Grootdiep ten noorden van Oosterwolde en het Kleindiep ten zuiden ervan. De laatste twee vonden hun oorsprong in de vochtige madelanden van Appelscha. Waarschijnlijk heeft de Tjonger ook nog een vierde bovenloop gekend, want de bodemkaart verraadt een voormalig beekdal ten noorden van Donkerbroek. Tussen al deze riviertjes lagen als een soort eilanden de zandruggen met nederzettingen en akkers.

Vanwege het moeilijk begaanbare landschap vestigden zich in de late Middeleeuwen zich eigenlijk pas mensen langs de Tjonger, met name op de zandruggen. Daarvoor was de bewoning zeer sporadisch. Oldeberkoop bijvoorbeeld ligt halverweg de Tjonger aan de zuidzijde, het is één van de oudste nederzettingen in de streek. Het dorp vierde nog niet zo lang geleden haar 850-jarig bestaan en daar bevindt zich dan ook het oudste monument van deze streek: een Romaans kerkje, vermoedelijk daterend uit de twaalfde eeuw.

Kuinder en Tjonger, Fries of Stellingwerfs
Een bijzonderheid is dat deze stroom twee namen draagt: een Friese naam, de Tjonger en een Stellingwerfse naam, de Kuinder. Van oudsher vormde de Tjonger een grens; eerst tussen Friesland en Drente en later, nadat de Stellingwerven zich los hadden gemaakt van de Drentse moederprovincie, de grens tussen de Stellingerwerven en de andere Friese grietenijen.

Strategisch vormde de Kuinder of Tjonger ook een belangrijk onderdeel van de zogenaamde Friese linie. Vroeger lagen er verdedigingswerken bij de belangrijkste bruggen zoals de Schoterschans onder Oude Schoot langs de straatweg Zwolle- Leeuwarden.

De Tjonger vormt ook wel een taalgrens: globaal zou je kunnen stellen dat het Friese taalgebied ten noorden van de Tjonger ligt, en het Stellingwerfse taalgebied (Nedersaksisch) meer ten zuiden ervan. Dit is ook meteen de reden dat er twee namen voor hetzelfde riviertje zijn: elk taalgebied had zijn eigen naam. Voor de Friezen begint aan de andere zijde van de Tjonger het land van het Oer-Tjongersk, waar de bewoners door de Friezen ook wel wat laatdunkend ‘krümpraters’ genoemd worden. De Tjonger en de Kuinder, wij zullen hier verder de term Tjonger om begrijpelijke redenen hanteren.

Ontwikkelingen
Het grootste deel van de Tjonger werd in de periode 1886 tot 1888 tot een diepte van 1,8 m over een breedte van 7,5 m uitgebaggerd ten behoeve van scheepvaart en de ontwatering. Men begon vanaf de Pier Christiaansloot. Op 15 april 1888 brak een staking uit onder leiding van Adrianus van Emmenes. In dat jaar werd het werk echter wel afgerond.

Met uitzondering van een paar fraaie meanders die geïsoleerd in natuurterreinen liggen, is er van het orspronkelijk kronkelige rivierbedding weinig overgebleven. Ten noorden van de oorspronkelijke Tjonger liggen wel hier en daar wat rivierduintjes, waarvan de “Kiekenberg” bij Oudehorne wel de fraaiste is.

De Tjonger biedt nog steeds een saaie -recht toe, recht aan- aanblik. Door de beschoeiing ontbreekt vrijwel iedere oevervegetatie. De zijvaarten naar Heerenveen, het Tjeukemeer en de Linde dragen de namen van vroegere veenbazen en andere notabelen: van Heioma, van Engelen, Pier Christiaan. Pas na de brug van de weg naar Echtenerbrug begint de Tjonger er meer natuurlijk uit te zien. De rivier is hier vrij breed, vooral ten noorden van Langelille, waar het water met de toepasselijke naam ‘het Wijd’ wordt aangeduid.

De toekomst voor de Tjonger lijkt gunstig, er zijn inmiddels natuurgebieden langs het riviertje ontstaan en zowel de gemeente Heerenveen als de gemeente Skarsterlân hebben al in 2004 voorgesteld om de oude loop van De Tjonger ten zuiden en zuidwesten van Heerenveen in oude luister te herstellen.

Bronnen:
Bouwer K. 1970. Cultuurlandschapsvormen aan de westzijde van het Drents plateau. Proefschrift, R.U. Groningen.
Cnossen, J. 1971. De bodem van Friesland. STIBOKA Wageningen. eningen.
Eekhoff, W. 1849-1859. Nieuwe atlas van de Provincie Friesland.
Koole, Elmer. De Tjonger of Kuinder (www.noorderbreedte.nl/pdf/80103.pdf)